De berekening kinderalimentatie is ingewikkeld. Voor ouders is het vaak lastig ‘ineens’ een bedrag te zien zonder de achterliggende methodiek te begrijpen.
Ik leg de berekening hieronder uit. Weet dat dit de korte versie is, de berekening zelf is veel langer en om het duidelijk te houden, sla ik stappen en details over.
We werken volgens de Alimentatienormen, ook wel bekend als de Tremanormen.
Dit is een rekenmethode die gebruikt wordt om kinderalimentatie te berekenen.
De methode bestaat uit vijf stappen:
- Wat heeft het kind nodig? (de behoefte)
- Wat kunnen beide ouders betalen? (de draagkracht)
- Verdeel de kosten eerlijk over beide ouders
- Trek er een zorgkorting af voor de ouder bij wie het kind ook woont
- De kinderalimentatie
We lopen de stappen door.
Stap 1: Behoefte: wat heeft het kind nodig?
Het uitgangspunt is dat een kind door de scheiding financieel niet slechter af mag zijn. Het kind heeft recht op dezelfde manier van leven als toen de ouders nog samen waren. Daarom kijken we naar het inkomen van het gezin van vóór de scheiding.
Eerst kijken we naar het netto gezinsinkomen. Dat is het totale netto-inkomen van beide ouders samen in de periode toen ze nog samen waren.
Het NIBUD heeft een tabel gemaakt. Daar worden punten gegeven voor het aantal kinderen in een gezin, de leeftijd van de kinderen en het inkomen van de ouders.
Met deze NIBUD-tabel (gezinsinkomen, aantal kinderen en leeftijd) berekenen we de kosten van de kinderen. Dit bedrag is exclusief kinderbijslag.
Stap 2: Draagkracht: wat kan iedere ouder betalen?
Nu we de kosten kinderen hebben, kijken we naar hoeveel elke ouder zelf kan missen. Voor de kosten voor het wonen, rekenen we met 30% van jullie inkomen. Het bedrag dat overblijft, is de draagkracht.
Bij de ouder waar het kind ingeschreven staat, tellen we ook de toeslagen mee die bij dat kind horen, zoals het kindgebonden budget. Deze toeslagen verhogen dus de draagkracht van die ouder. Dit verrast ouders vaak: het voelt niet als "inkomen", maar het telt wel mee in de berekening.
Stap 3: Verdelen van de kosten naar rato.
We tellen de draagkracht van ouders bij elkaar op en we kijken welk deel elke ouder betaalt, in verhouding tot wat hij of zij kan missen.
We berekenen dus niet zomaar de helft voor iedere ouder. We kijken naar de verhouding tussen de draagkracht van beide ouders. Wie meer kan missen, draagt ook een groter deel van de kosten van het kind. Zo blijft de verdeling eerlijk, ook als de ene ouder veel meer verdient dan de andere.
Stap 4: De zorgkorting.
De ouder bij wie het kind ingeschreven staat, krijgt de kinderbijslag. Dat geld is bedoeld voor de kosten die deze ouder "ongemerkt" in het eigen huishouden maakt: denk aan extra elektriciteit of water.
De andere ouder krijgt geen kinderbijslag. Toch heeft ook deze ouder kosten op de dagen dat het kind bij hem of haar is, denk aan elektriciteit of water. Om de verdeling van de kosten eerlijk te maken, krijgt deze ouder een korting op de kinderalimentatie die hij of zij normaal zou moeten betalen. Dit noemen we de zorgkorting.
Stap 5: De alimentatie.
Na deze stappen weten we drie dingen: wat het kind nodig heeft, wat beide ouders kunnen missen en hoeveel korting daarop van toepassing is vanwege de zorg die iedere ouder al zelf draagt. Zo komen we samen tot een bedrag aan kinderalimentatie dat eerlijk is voor beide ouders en dat past bij wat het kind nodig heeft.
Belangrijk om te onthouden: dit is geen vast bedrag kinderalimentatie dat voor iedereen hetzelfde is. Elke situatie is anders, omdat inkomens, leeftijd, kinderen en de zorgverdeling per gezin verschillen.
Daarom raden we altijd aan om de precieze berekening te laten maken door een deskundige die met officiële rekensoftware werkt.
Deze uitleg geeft je wel een beeld van de methodiek en waarom de uitkomst is zoals die is.


